Paard

Wormen

Naast een bacteriële of een virusinfectie kan een paard of pony ook last hebben van een parasitaire infectie. We maken dan onderscheid tussen endo- en ectoparasieten. Voorbeelden van de laatstgenoemde zijn luizen en mijten. Beide veroorzaken jeuk en door het krabben of schuren van het paard geven ze op den duur vaak kaalheid en korstjes.

Wormen zijn voorbeelden van endoparasieten en komen voor in het maag-darmkanaal van het paard. We zullen de in Nederland meest voorkomende hieronder bespreken.

Lees verder

  • Veulenworm: Strongyloides westeri. Vanaf dat een veulen enkele dagen oud is, kan het besmet worden met de veulenworm. De verschijnselen zoals diarree en vermagering vertonen ze vaak als ze enkele weken oud zijn. Na een paar maanden hebben ze een goede afweer opgebouwd en vertonen ze geen symptomen meer. Ontwormen is niet standaard nodig en door middel van een wormonderzoek kunnen we een eventuele worminfecties diagnosticeren. Indien in het verleden veulens op stal hieraan hebben geleden, is ontwormen vanaf 10 dagen verstandig.
  • Spoelworm: Parascaris equorum. Met name dieren in het eerste levensjaar zijn gevoelig voor een infectie met spoelwormen. Opname van eieren vindt plaats in de weide of in de stal. Deze eitjes komen in het maag-darmkanaal terecht, worden larven en beginnen vervolgens aan een trektocht door het lichaam. Zo kunnen ze ook in de longen terechtkomen en daardoor hoesten en neusuitvloeiing veroorzaken. Een larve wordt na ophoesten weer ingeslikt en opnieuw in het maagdarmkanaal aangekomen, worden ze volwassen en begint de ei-uitscheiding die we kunnen aantonen in de mest. Deze cyclus duurt ongeveer 6 weken. Een volwassen spoelworm zie eruit als een spaghetti-sliert en indien zich een groot aantal bevindt in de dunne darm van het veulen - kan dit leiden tot een ernstige vorm van koliek. Andere symptomen zijn: vermageren, lusteloosheid en diarree. Vanaf 2,5 maand oud kunnen we een mestonderzoek uitvoeren en eventuele eieren van de spoelworm aantonen. De spoelworm is veelal ongevoelig voor de ivermectines en de moxidectines, dus we raden dan aan te ontwormen met pyrantel of fenbendazol.
  • Grote strongyliden: Strongylus Vulgaris. Opgenomen eieren van deze wormsoort ontpoppen zich tot larven, wanneer ze zijn aangekomen in de darmen van het paard. Vervolgens kruipen deze larven via kleine bloedvaatjes naar een groot bloedvat: de darmslagader. Deze bevindt zich in de scheilswortel, een vliesachtige structuur waarmee de darm vastzit aan het dak van de buikholte. Dit is pijnlijk en verstoort bovendien de bloedvoorziening van de darmen, hetgeen recidiverende, vrij ernstige koliek kan veroorzaken. We kunnen door middel van een wormonderzoek goed aantonen of uw dier wel of niet last heeft van deze endoparasiet. Het is overigens goed te behandelen met ivermectine of moxidectine.
  • Kleine strongyliden: Cyothostominae, rode bloedworm. Deze worm komt zeer regelmatig voor en kan tot grote problemen leiden. Een opgenomen eitje ontpopt zich tot een larve in de dikke en blindedarm van het paard. Vervolgens kruipen ze in de slijmvlieslaag van de darmwand en daar verblijven ze enige tijd. Met name in de winter komen ze massaal uit dit latente stadium vrij en laten een ernstig beschadigde darmwand achter. Symptomen van vermageren, diarree en koliek zien we vooral bij paarden tot 3 jaar. Risicofactoren zijn: veel jonge paarden en beweiding op telkens hetzelfde stuk. Het is dan ook aan te raden regelmatig mest uit de weide te halen om zo de infectiedruk te verminderen. Ook geregeld wormonderzoek is noodzakelijk om de infectiedruk te monitoren.
  • Lintworm: Anoplochephala perfoliata. Deze parasiet komt samen met de mosmijt tijdens het grazen het paard binnen. Vooral in het najaar en op wat kale, bemoste weilanden komt deze mosmijt voor en is het infectierisico voor het paard groter. De kop van de lintworm zuigt zich vast aan de darmwand ter hoogte van de blindedarm. Aan de achterkant vormt de parasiet steeds meer zogenaamde geledingen. Deze geledingen (herkenbaar als lichte platte stukjes in de mest) bevatten de zich ontwikkelende eieren en worden intermitterend uitgescheiden. Dit wil zeggen dat ze niet continu maar af en toe worden uitgescheiden in de mest. Een wormonderzoek kan dus een negatieve uitslag geven, terwijl er wel lintwormen aanwezig zijn. Een infectie met lintwormen kan leiden tot ernstige vormen van koliek. Eenmaal per jaar ontwormen met een preparaat wat praziquantel bevat is ons advies.

Wist u dat 't Leidse Land 24/7 bereikbaar is?

Kan de zorg voor uw dier niet wachten? 071-5416945