Paard

Ons aanbod

Bij Dierenkliniek ’t Leidse Land werken 6 dierenartsen voor landbouwhuisdieren en paarden. Alle landbouwhuisdierenartsen verlenen spoedeisende zorg bij paarden, bijvoorbeeld paarden met koliek of een wond. We staan 24 uur per dag en 7 dagen per week voor u en uw paard klaar!

Zowel Pieter Beurskens als Sophie Noyen-Wolfert houden zich daarnaast ook bezig met de overige eerstelijns paardenzorg. U kunt dan denken aan kreupelheden, luchtwegklachten en fertiliteits-begeleiding. Ook voeren we castraties en gebitsbehandelingen uit. Dit gebeurt bij u thuis of op stal.

Mocht u vragen hebben over voeding en huisvesting of de gezondheid van uw paard, neem gerust contact met ons op. We adviseren u graag!

Wist u dat 't Leidse Land 24/7 bereikbaar is?

Kan de zorg voor uw dier niet wachten? 071-5416945

Visite

Iedere werkdag, bij voorkeur tussen 8.00 en 9.00 uur, kunt u bij ons telefonisch een afspraak maken. De visite wordt dan, indien wenselijk en mogelijk, nog voor dezelfde dag ingepland. We zijn vanzelfsprekend ook voor spoedgevallen buiten kantooruren bereikbaar: 071-5416945. U wordt dan direct doorgeschakeld naar de dienstdoende dierenarts. U krijgt ten alle tijde een van onze vaste dierenartsen op bezoek, het medisch dossier is dus altijd paraat!

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipis cin elit. Nunc purus libero, interdum sed blandit acp retium facilisis turpis. Donec dictum neque veloran tristique egestas nulla mollis dui lorem dolor.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipis cin elit. Nunc purus libero, interdum sed blandit acp retium facilisis turpis. Donec dictum neque veloran tristique egestas nulla mollis dui lorem dolor. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipis cin elit. Nunc purus libero, interdum sed blandit acp retium facilisis turpis. Donec dictum neque veloran tristique egestas nulla mollis dui lorem dolor.

Aankoopkeuring

Mocht u van plan zijn een paard of pony te kopen, dan raden we u zeker aan het dier te laten keuren. Dit kan vervelende situaties na aankoop voorkomen.

Een klinische keuring wordt volgens een vast protocol uitgevoerd. Allerlei testen en proeven worden uitgevoerd, zodat er een redelijke inschatting van het paard gemaakt kan worden. De vraag of het dier naar alle waarschijnlijkheid geschikt is voor uw aangegeven gebruiksdoel, kunnen we na afloop beantwoorden. U ontvangt een geplastificeerd keuringsrapport.

Graag ondersteunen we u bij de aankoop van uw paard of pony. U kunt gerust contact met ons opnemen bij vragen!

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipis cin elit. Nunc purus libero, interdum sed blandit acp retium facilisis turpis. Donec dictum neque veloran tristique egestas nulla mollis dui lorem dolor.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipis cin elit. Nunc purus libero, interdum sed blandit acp retium facilisis turpis. Donec dictum neque veloran tristique egestas nulla mollis dui lorem dolor. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipis cin elit. Nunc purus libero, interdum sed blandit acp retium facilisis turpis. Donec dictum neque veloran tristique egestas nulla mollis dui lorem dolor.

Castratie

In Nederland worden de meeste hengsten gecastreerd. Ruinen kunnen in de weide lopen bij merries en zijn veelal rustiger en beter te hanteren dan hengsten. Het is een ingreep die we veelvuldig uitvoeren.

Bij Dierenkliniek ’t Leidse Land verrichten we de castratie altijd op de locatie waar het paard is gehuisvest. U kunt kiezen uit de staande en de liggende castratie. Graag begeleiden we u bij de keuze die u maakt.

Lees verder

Het verschil tussen een liggende en een staande castratie is feitelijk alleen de manier van sedatie/narcose. Bij de staande methode geven we de hengst een sedatie via de bloedbaan, waardoor het dier zich minder bewust wordt van zijn omgeving en minder pijnprikkels ervaart. Indien u kiest voor een liggende castratie, gaan we vanuit het gesedeerde paard verder met de narcose. Middels een cocktail brengen we het paard vanuit een staande in een liggende positie. Vervolgens leggen we een infuus aan, waardoor we een continue toegang tot de bloedbaan van de hengst hebben en via welke we ook een onderhoudsdosering narcosemiddel toedienen.

Zowel liggend als staand worden de testikels lokaal verdoofd en vervolgens wordt het operatiegebied grondig gereinigd en ontsmet. Dan volgt de werkelijke castratie: het scrotum wordt geopend door middel van een kleine huidsnede. De testikel wordt nu zichtbaar en de zaadstreng wordt vrijgemaakt om vervolgens gekneusd te worden. Na kneuzing leggen we een hechting op de kneusplaats aan, waardoor de testikel veilig verwijderd kan worden. Vervolgens herhalen we de procedure aan de andere zijde. De huidsnedes worden niet gehecht, maar opengelaten zodat wondvocht eruit kan lopen.

De inmiddels ruin krijgt een antibioticuminjectie en pijnstilling toegediend. Een liggend dier assisteren we tijdens het wakker worden en opstaan. Het paard krijgt boxrust op de eerste dag en mag vanaf dag 2 weer de weide op of de paddock in. Let wel op met veel rollen van het paard in het zand. Op de dag na de ingreep komen we de ruin controleren en nogmaals een antibioticuminjectie geven.

Na de ingreep ontstaat altijd zwelling van het operatiegebied en de koker. Meestal is dit onschuldig en trekt het na enkele dagen weer weg. Beweging en koeling met leidingwater zijn geïndiceerd. Ook is het normaal dat er nog wondvocht uit de wond komt gedurende de eerste week na de operatie. Ook een beetje helder bloedverlies is mogelijk, maar dit mag alleen druppelsgewijs zijn en stopt meestal na enkele uren.

Zoals bij elke ingreep, zijn er ook bij de castratie complicaties mogelijk. De meest voorkomende zijn:

Lees verder

  • Ernstige zwelling van het scrotum en de koker, waardoor uitschachten tijdens het plassen bemoeilijkt wordt. Soms gaat dit gepaard met koorts. Raadpleeg de dierenarts.
  • Koorts zonder overmatige zwelling, neem contact op met de dierenarts.
  • Na 3 weken nog steeds, vaak pussige, uitvloeiing uit de wonden. Kans op een ontsteking van de stomp van de zaadstreng. Raadpleeg de dierenarts wanneer de wonden na 3 weken nog niet droog zijn.

Minder voorkomende complicaties:

  • Veel bloedverlies, meestal direct na castratie. Direct contact opnemen met de dierenarts! Proberen bloeding te stelpen met een doek.
  • Darmdelen die via de opening naar buiten komen. Vaak ook direct optredend na castratie.
  • Liggende castratie: blessures aan ledematen opgelopen tijdens het gaan liggen of opstaan uit de narcose. Contact opnemen met de dierenarts.

Chippen

Chippen is verplicht voor ieder paard (ook pony en ezel). Veulens moeten gechipt worden binnen zes maanden na de geboorte.

Het paspoort dient altijd bij het paard aanwezig te zijn. Indien u met het paard de openbare weg op gaat (buitenritten, wedstrijden, naar kliniek etc.) dient u het paspoort altijd bij u te hebben. Het paspoort geldt niet als eigendomsbewijs maar uitsluitend als officieel identificatiebewijs. 

Lees verder

De chip wordt in de hals aangebracht, nadat er eerst is geschoren en ontsmet. Meestal is het niet nodig dieren hiervoor te sederen. Het is een manier van (blijvende) identificatie van het dier. Zo kan het helpen bij het opsporen van gestolen dieren en maakt het fraude moeilijker. Hiernaast kan het ook helpen bij ziektebestrijding, controle op wedstrijden enz. Daarnaast is het verplicht om alle behandelingen met medicijnen van het paard te noteren in het paspoort.

Net als bij honden en katten is elke chipnummer uniek. Ook bij paarden is een chipscanner nodig om de code af te lezen. Hier voelt het paard niks van.

Het chippen gebeurt door een van de dierenartsen en is een onderdeel van de paspoortaanvraag. Het paardenpaspoort is verplicht. Na het chippen wordt het aanvraagformulier ingevuld. Op dit formulier komen de gegevens van de eigenaar en het signalement van het paard eventueel aangevuld met stamboekgegevens. Nadat het aanvraagformulier is verwerkt en opgestuurd, duurt het meestal nog 3 of 4 weken alvorens u het paspoort krijgt toegestuurd.

Drachtigheidsbegeleiding

Mocht u een veulen willen fokken met uw merrie, dan is het uitzoeken van een geschikte hengst en contact leggen met de hengstenhouder erg belangrijk. Al geruime tijd worden de meeste merries geïnsemineerd (KI) en niet meer natuurlijk gedekt. Een goede fertiliteitsbegeleiding van een dierenarts is onontbeerlijk. Bij Dierenkliniek ‘t Leidse Land zijn we u graag van dienst.

We beschikken over echo-apparaten waarmee we uw merrie zorgvuldig kunnen onderzoeken in haar eigen stal, het meest comfortabele voor uw paard! Het grote voordeel is dat de dagelijkse routine niet verstoord hoeft te worden, hetgeen ook de vruchtbaarheid ten goede komt.

Lees verder

Hoe gaat het in zijn werk?

  • U neemt contact met ons op en vertelt ons over uw wensen.
  • Wij zullen dan een plan van aanpak en de bijbehorende kosten met u bespreken.
  • Vervolgens zal een 1ste, veelal echo-onderzoek bij uw merrie moeten plaatsenvinden. We bekijken dan waar ze zich ongeveer in de cyclus bevindt. De meeste merries worden ‘in het seizoen’ (maart/september) iedere 3 weken hengstig. Het doel is in te schatten wanneer ze hengstig wordt. Dit gebeurt aan de hand van de grootte van de follikels, het aspect van de baarmoederwand en -mond.
  • Wanneer ze hengstig is, zal na 3-5 dagen een follikel ovuleren. We streven ernaar om zo dicht mogelijk rondom dat tijdstip te insemineren. Omdat sperma voor 9.00 uur besteld moet worden, is het verstandig voor 9.00 uur ʼs ochtends de merrie te scannen wanneer we verwachten op die dag te moeten insemineren.
  • U bestelt het sperma en laat dit thuis of op onze praktijk bezorgen. Vervolgens komen we weer bij u om de merrie te insemineren.
  • Omdat sperma 48 uur voldoende bevruchtend vermogen heeft, controleren we 2 dagen na inseminatie, wederom vóór 9.00 uur ʼs ochtends, of de merrie inmiddels geovuleerd heeft. Indien dit niet het geval is, herhalen we de inseminatie.
  • Als de merrie geovuleerd heeft dan controleren we op dag 18 na inseminatie of ze drachtig is (bij een dubbele ovulatie op dag 15). Bij een positieve controle, kijken we rond dag 35 nogmaals of de vrucht ook een hartslag heeft en alles er goed uitziet.
  • Voor 1 oktober controleren we of de merrie nog steeds drachtig is, omdat er anders eventueel een zogenaamde gust-verklaring geschreven moet worden voor de hengstenhouder.

Mocht u interesse hebben in de mogelijkheden die wij u kunnen bieden op het gebied van de fertiliteitsbegeleiding van uw merrie, neemt u dan gerust contact met ons op. We zijn u graag van dienst!

Droes

Droes wordt veroorzaakt door een bacterie: Streptococcus equi subs. Equi. Het is een van de meest voorkomende oorzaken van luchtweginfecties. Paarden van alle leeftijden kunnen ziek worden, maar jonge paarden en paarden met een verminderde weerstand zijn het meest gevoelig. 

Lees verder

De verspreiding gaat zowel direct als via indirect contact. Nadat een dier droes zonder complicaties heeft doorgemaakt, kan het nog 4-6 weken de bacterie uitscheiden en dus andere dieren besmetten. Ook kan een paard of pony die droes heeft doorgemaakt, een drager worden. De bacterie blijft dan achter in de luchtzakken. Zij scheiden de bacterie dan met tussenpozen blijvend uit. Zo’n drager kan worden opgespoord door luchtzakspoelingen uit te voeren. Een opgespoorde drager kan langdurig behandeld worden met antibiotica. Indien herhaalde spoelingen 'schoon' zijn, betekent dit dat het dier geen drager meer is. De meest voorkomende symptomen zijn:

  • Korte periode van koorts;
  • Zwelling van de lymfeknopen en abcessen in de lymfeknopen (vooral rondom het hoofd);
  • Verminderde eetlust;
  • Geel-groene purulente neusuitvloeiing;
  • Benauwdheid en verhoogde ademfrequentie;
  • Sloomheid;
  • Sterfte.

Na het doorbreken van abcessen verdwijnen de symptomen meestal snel.

Diagnosestelling gebeurt op basis van klinische verschijnselen en wordt ondersteund door laboratoriumonderzoek. Een neusswab, luchtzakspoeling of purulent materiaal uit een doorgebroken lymfeknoop zijn nodig om de diagnose te bevestigen.

De behandeling bestaat voornamelijk uit het geven van NSAID’s (ontstekingsremmers voor paarden), zacht voedsel en eventueel vloeistoftherapie. Antibiotica is zeer discutabel. Alleen in een zeer vroeg stadium is dat geïndiceerd, indien er gezwollen lymfeknopen zijn zeker niet meer.

Het belangrijkste bij de preventie van droes is een goede hygiëne. Huishoudelijke reiniging met bijvoorbeeld Halamid, waarbij het goed droog worden en blijven van de stal erg belangrijk is. Ook bestaat de mogelijkheid van vaccineren. Bij een uitbraak kan vaccinatie (soms dan pas uitgevoerd!) de symptomen sterk verminderen. Vaccineren kan vanaf 4 maanden leeftijd. Een booster moet gegeven worden 4 weken na de eerste vaccinatie en daarna halfjaarlijks worden herhaald.

Gebit

Hoe is het gebit van een paard opgebouwd?

Een paard is een herbivoor, een planteneter en heeft daarom een 'vlak' oppervlak op de kiezen. De kiezen hebben een maalfunctie en zijn sterk ontwikkeld. Dit in tegenstelling tot een carnivoor, waar de kiezen scherp en hoekig zijn zodat vlees van een karkas afgegeten kan worden.

De kiezen en tanden van het paard blijven doorgroeien om zo de slijtage, als gevolg van het uitgebreide malen van taai en vezelrijk voer, te compenseren. De wortel wordt wel steeds iets korter waardoor er op latere leeftijd losse elementen kunnen ontstaan.

Het gebit van een paard bestaat uit:

Lees verder

  • Snijtanden: 6 in de bovenkaak en 6 in de onderkaak. Ze dienen om voedsel vast te grijpen en verplaatsen met hun tong het voer richting de kiezen. Ook gebruikt een paard zijn snijtanden voor sociaal gedrag, bijvoorbeeld verdediging en 'grooming'.
  • Haaktanden: bij een hengst of ruin kunnen er 4 voorkomen, 2 in de bovenkaak en 2 in de onderkaak. Bij merries worden ze ook wel eens gezien, maar ze zijn dan wel kleiner. Ze hebben een functie bij gevechten tussen met name hengsten.
  • Premolaren: dit zijn de kiezen die gewisseld worden en het meest vóór in de mond zitten. Een paard heeft er in ieder geval 6 in de bovenkaak en 6 in de onderkaak. Soms hebben ze ook een rudimentair kiesje in de bovenkaak net voor de eerste premolaar: een wolfskies.
  • Molaren: dit zijn de kiezen het meest achterin de mond. Een paard ontwikkelt deze slechts eenmaal in zijn leven en worden dus niet gewisseld. Een paard heeft er 12.

Het gebit van een paard heeft geen rechte snijvlakken, de kiezen van de boven- en onderkaak staan in een hoek van 15 graden ten opzichte van elkaar. Op enig moment in de kauwbeweging moeten de haken dus wel van elkaar wijken. Er wordt met een goed functionerend gebit een ronddraaiende kauwbeweging gemaakt.

Het gebit van een paard heeft geen rechte snijvlakken, de kiezen van de boven- en onderkaak staan in een hoek van 15 graden ten opzichte van elkaar. Op enig moment in de kauwbeweging moeten de haken dus wel van elkaar wijken. Er wordt met een goed functionerend gebit een ronddraaiende kauwbeweging gemaakt.

Lees verder

2 jaar wquyg wuyg jh dskjfh ksdfjh skdjhf ksdjfh ksdjh kdsjhg dfkjghdkfjg hdfkjgh d fkj hdfgkjghwq
tussen 5 en 6 jaar kjdfl jsfl;kgj dflkgj dlkfj gldf jgldkfj gldkfj gldf jlkdfj glkj dflkj dflkgf
ksdh ksdhsd kdjshdksdhdksjhdk ds hsdk sdkjdsh kdjs h
4
5
6
7

Koliek

Bijna iedere paardeneigenaar kent het woord wel of heeft zelfs al eens een paard of pony gehad met koliekverschijnselen. Koliek laat zich het beste omschrijven als een aanval van pijn in de buik.

Het paard kan een of meer van onderstaande verschijnselen vertonen:

Lees verder

  • Schrapen met voorbenen;
  • Kijken of schoppen naar de buik, opgetrokken buik;
  • Gaan liggen of rollen;
  • Verminderde eetlust;
  • Niet meer mesten;
  • Zweten;
  • Winderigheid;
  • Flemen.

Meestal is de oorzaak van de koliekaanval vrij onschuldig en gelukkig makkelijk aan huis op te lossen. Helaas komt het ook voor dat er een ernstiger oorzaak aan ten grondslag ligt, bijvoorbeeld een liggingsverandering van een gedeelte van het darmpakket. Dan zullen we u doorverwijzen naar een gespecialiseerde kliniek.

Wat moet u doen als u vermoedt dat uw paard of pony koliek heeft? U kunt dan het beste gaan stappen met het paard aan de hand. Vaak is het zo, dat er dan wat gas of mest geproduceerd wordt waardoor het paard zich beter voelt. Mocht het na 20 minuten niet verbeteren of eerder steeds slechter met het paard gaan, neem dan contact met ons op. We beschouwen een paard met koliek als een spoed patiënt en proberen zo snel mogelijk bij u te zijn.

Lees verder

We onderzoeken dan direct uw paard. Bij het koliekonderzoek horen in ieder geval de volgende zaken:

  • Hartslagfrequentie wordt opgenomen;
  • Slijmvliezen en vochtbalans worden beoordeeld;
  • Buik wordt beluisterd;
  • Veelal wordt er een rectaal onderzoek uitgevoerd.

Mocht het nodig zijn, dan behandelen we uw paard of pony ter plaatse. U kunt dan denken aan een pijnstiller, een darmontspanner of een laxeermiddel. Vaak is een eenmalig bezoek voldoende, maar mochten de klachten terugkeren of niet overgaan, dan kunt u altijd weer contact met ons opnemen. We zijn 24/7 bereikbaar voor spoedgevallen!

Mestonderzoek

Wij adviseren om regelmatig mestonderzoek te doen bij uw paard. Hiervoor werken wij samen met laboratorium ’t Wout. De reden is dat - net als bij bacteriën - er tegenwoordig resistentie bestaat bij wormen. Preventief ontwormen kan dit in de hand werken. Het is dus beter om te controleren of ontwormen nodig is en zo ja welk middel verstandig is om te gebruiken.

Lees verder

Bovendien komen er in de komende jaren geen nieuwe middelen op de markt. Daarnaast is het raadzaam om na 14 dagen te controleren of de betreffende worm/parasiet weg is (of de toegepaste behandeling zijn werk heeft gedaan). Deze controles gaan ook door middel van mestonderzoek. Hierbij wordt onder de microscoop gezocht naar eieren en andere aanwijzingen voor een worminfectie. Indien de besmetting laag blijkt te zijn of zelfs helemaal afwezig, is een behandeling vaak overbodig.

De wormen waar we over spreken leven in de maag en de darmen. Deze wormen leggen eitjes die we terug kunnen vinden in de mest. Een paard zal nooit helemaal wormvrij zijn, bij te veel wormen (en dus ook meer eitjes in de mest) kunnen problemen ontstaan. Dieren die vaak het weiland verlaten (bijv. voor wedstrijden) of dieren op grote maneges hebben een verhoogde kans op besmetting. Voor deze dieren is het raadzaam om vaker de ontlasting na te laten kijken. Voor een paard wat grotendeels op dezelfde stal/weide staat zou 1 keer per jaar een controle voldoende moeten zijn.

Ontwormingsadvies

  • Laat de mest onderzoeken op wormeieren voor je gaat behandelen;
  • Gebruik hiervoor eventueel bij meerdere dieren in eenzelfde weide/groep een mengmonster (van een aantal dieren 1 mestbal nemen, goed mengen en een kleine hoeveelheid mest brengen);
  • Behandel alle paarden in dezelfde weide/groep tegelijk;
  • Gebruik een werkzaam middel (passend bij het juiste gewicht);
  • Besteed extra aandacht aan veulens en jonge paarden (resistentie is hier groot!). 

Preventie

Wormbesmetting is te voorkomen of te verminderen door:

  • Niet te veel paarden tegelijk in de weide uitzetten (geen overbezetting);
  • Regelmatig de mest uit de weiden verwijderen;
  • Weiden regelmatig maaien;
  • Mest regelmatig uit de boxen verwijderen;
  • Bij een merrie met een pasgeboren veulen de box regelmatig reinigen;
  • Ontwormen voordat de dieren de weide opgaan.
    Let op: in de wintermaanden (oktober-maart) is mestonderzoek minder betrouwbaar. De wormen en larven worden inactief en in de mest zijn ze slecht aan te tonen terwijl ze wel aanwezig kunnen zijn. Wormonderzoek in deze periode moet bij verdachte paarden worden aangevuld met een bloedonderzoek.

Vaccinatie

Een infectieziekte is een ziekte van mens of dier als gevolg van een virus, een bacterie of een schimmel. Overdracht van deze ziekten kan via verschillende wegen. Via direct contact tussen twee paarden of via de indirecte route. Dan kunt u denken aan bijvoorbeeld besmet voer, gecontamineerde borstels en dekjes etc., maar ook via verzorgers! Indien er sprake is van een infectieziekte bij uw pony of paard, kunt u altijd contact met ons opnemen. We adviseren u graag over behandeling en de te nemen hygiënemaatregelen.

Een vaccin stimuleert het lichaam om afweerstoffen (antilichamen) aan te maken tegen een bepaalde ziekte. Dit noemen we actieve-immunisatie. Een goed gevaccineerd paard of pony kan nog steeds ziek worden, een vaccin beschermt nooit voor 100%, maar over het algemeen zullen de symptomen veel milder zijn dan bij een onbeschermd dier.

Een veulen zal via de opname van de eerste melk (colostrum/ biest), afweerstoffen via de moeder krijgen. Dit noemen we “passieve-immunisatie”. Het is erg belangrijk voor de gezondheid van het veulen, dat deze eerste biestopname spoedig na geboorte plaatsvindt en van voldoende kwantiteit en kwaliteit is. Hiertoe dient het moederdier correct gevaccineerd te zijn.

Influenza

Het influenzavirus veroorzaakt een voorste luchtweginfectie. Hierbij kunnen koorts, algehele malaise en hoesten als verschijnselen voorkomen. Deze symptomen kunnen zeer heftig zijn, maar gelukkig leidt deze ziekte zelden tot sterfte bij het volwassen paard. Een veulen met onvoldoende passieve immuniteit kan echter wel sterven aan een influenza infectie.

Vaccinatieschema:

  1. 1e vaccinatie: vanaf 6 maanden leeftijd;
  2. 2e vaccinatie: tussen de 3 en 6 weken na de eerste vaccinatie;
  3. 3e vaccinatie: 5 maanden na de tweede vaccinatie;
  4. Opvolgende vaccinaties: iedere 12 maanden.

(NB): sommige stamboeken hanteren een verplichting van 2x per jaar vaccineren om te mogen deelnemen aan wedstrijden).

Tetanus

Tetanus is een bacteriële infectie die kan ontstaan bij een huid-penetrerende wond of bij wondinfecties. De ziekte wordt veroorzaakt door de toxinen (gifstoffen) geproduceerd door de bacterie Clostridium Tetanie en verspreiden zich via de zenuwbanen. Bijna altijd heeft die infectie een dodelijke afloop. De bacterie is een normale bodembewoner die overal om ons heen te vinden is. Contact met de bacterie is dan ook niet te voorkomen. Preventieve vaccinatie zorgt ervoor dat de bacterie bij contact in wonden sneller en beter aangepakt wordt en op die manier niet de kans krijgt om problemen te veroorzaken. Wij gebruiken meestal een combinatievaccin tegen Influenza en Tetanus zodat uw dier tegen beide aandoeningen goed beschermd is. Het vaccinatieschema is hetzelfde als voor influenza.

Rhinopneumonie

We kennen 2 types namelijk EHV1 en EHV4. De symptomen van beide vormen verschillen behoorlijk voor wat betreft getroffen orgaansysteem en ernst.

EHV1: respiratoire symptomen, abortus en neurologische verschijnselen.

EHV4: respiratoire symptomen.

Er is een vaccin op de Nederlandse markt, dat met name de ernst van de respiratoire verschijnselen verminderd. Hierdoor gaat de virusuitscheiding omlaag en zal de infectiedruk op groepsniveau verminderen. Helaas biedt het vaccin geen 100% bescherming.

Het vaccinatieadvies luidt als volgt:

  1. Alle dieren op stal tegelijk vaccineren;
  2. Basisvaccinatie: 2 x achter elkaar met 4 weken tussentijd;
  3. Iedere 6 maanden de hele stal opnieuw vaccineren;
  4. Drachtige merries: in de 5de, de 7de en de 9de maand een extra vaccinatie.

Rhinopneumonie

We kennen 2 types namelijk EHV1 en EHV4. De symptomen van beide vormen verschillen behoorlijk voor wat betreft getroffen orgaansysteem en ernst.

EHV1: respiratoire symptomen, abortus en neurologische verschijnselen.

EHV4: respiratoire symptomen.

Er is een vaccin op de Nederlandse markt, dat met name de ernst van de respiratoire verschijnselen verminderd. Hierdoor gaat de virusuitscheiding omlaag en zal de infectiedruk op groepsniveau verminderen. Helaas biedt het vaccin geen 100% bescherming.

Het vaccinatieadvies luidt als volgt:

  1. Alle dieren op stal tegelijk vaccineren;
  2. Basisvaccinatie: 2 x achter elkaar met 4 weken tussentijd;
  3. Iedere 6 maanden de hele stal opnieuw vaccineren;
  4. Drachtige merries: in de 5de, de 7de en de 9de maand een extra vaccinatie.

Wormen

Naast een bacteriële of een virusinfectie kan een paard of pony ook last hebben van een parasitaire infectie. We maken dan onderscheid tussen endo- en ectoparasieten. Voorbeelden van de laatstgenoemde zijn luizen en mijten. Beide veroorzaken jeuk en door het krabben of schuren van het paard geven ze op den duur vaak kaalheid en korstjes.

Wormen zijn voorbeelden van endoparasieten en komen voor in het maag-darmkanaal van het paard. We zullen de in Nederland meest voorkomende hieronder bespreken.

Lees verder

  • Veulenworm: Strongyloides westeri. Vanaf dat een veulen enkele dagen oud is, kan het besmet worden met de veulenworm. De verschijnselen zoals diarree en vermagering vertonen ze vaak als ze enkele weken oud zijn. Na een paar maanden hebben ze een goede afweer opgebouwd en vertonen ze geen symptomen meer. Ontwormen is niet standaard nodig en door middel van een wormonderzoek kunnen we een eventuele worminfecties diagnosticeren. Indien in het verleden veulens op stal hieraan hebben geleden, is ontwormen vanaf 10 dagen verstandig.
  • Spoelworm: Parascaris equorum. Met name dieren in het eerste levensjaar zijn gevoelig voor een infectie met spoelwormen. Opname van eieren vindt plaats in de weide of in de stal. Deze eitjes komen in het maag-darmkanaal terecht, worden larven en beginnen vervolgens aan een trektocht door het lichaam. Zo kunnen ze ook in de longen terechtkomen en daardoor hoesten en neusuitvloeiing veroorzaken. Een larve wordt na ophoesten weer ingeslikt en opnieuw in het maagdarmkanaal aangekomen, worden ze volwassen en begint de ei-uitscheiding die we kunnen aantonen in de mest. Deze cyclus duurt ongeveer 6 weken. Een volwassen spoelworm zie eruit als een spaghetti-sliert en indien zich een groot aantal bevindt in de dunne darm van het veulen - kan dit leiden tot een ernstige vorm van koliek. Andere symptomen zijn: vermageren, lusteloosheid en diarree. Vanaf 2,5 maand oud kunnen we een mestonderzoek uitvoeren en eventuele eieren van de spoelworm aantonen. De spoelworm is veelal ongevoelig voor de ivermectines en de moxidectines, dus we raden dan aan te ontwormen met pyrantel of fenbendazol.
  • Grote strongyliden: Strongylus Vulgaris. Opgenomen eieren van deze wormsoort ontpoppen zich tot larven, wanneer ze zijn aangekomen in de darmen van het paard. Vervolgens kruipen deze larven via kleine bloedvaatjes naar een groot bloedvat: de darmslagader. Deze bevindt zich in de scheilswortel, een vliesachtige structuur waarmee de darm vastzit aan het dak van de buikholte. Dit is pijnlijk en verstoort bovendien de bloedvoorziening van de darmen, hetgeen recidiverende, vrij ernstige koliek kan veroorzaken. We kunnen door middel van een wormonderzoek goed aantonen of uw dier wel of niet last heeft van deze endoparasiet. Het is overigens goed te behandelen met ivermectine of moxidectine.
  • Kleine strongyliden: Cyothostominae, rode bloedworm. Deze worm komt zeer regelmatig voor en kan tot grote problemen leiden. Een opgenomen eitje ontpopt zich tot een larve in de dikke en blindedarm van het paard. Vervolgens kruipen ze in de slijmvlieslaag van de darmwand en daar verblijven ze enige tijd. Met name in de winter komen ze massaal uit dit latente stadium vrij en laten een ernstig beschadigde darmwand achter. Symptomen van vermageren, diarree en koliek zien we vooral bij paarden tot 3 jaar. Risicofactoren zijn: veel jonge paarden en beweiding op telkens hetzelfde stuk. Het is dan ook aan te raden regelmatig mest uit de weide te halen om zo de infectiedruk te verminderen. Ook geregeld wormonderzoek is noodzakelijk om de infectiedruk te monitoren.
  • Lintworm: Anoplochephala perfoliata. Deze parasiet komt samen met de mosmijt tijdens het grazen het paard binnen. Vooral in het najaar en op wat kale, bemoste weilanden komt deze mosmijt voor en is het infectierisico voor het paard groter. De kop van de lintworm zuigt zich vast aan de darmwand ter hoogte van de blindedarm. Aan de achterkant vormt de parasiet steeds meer zogenaamde geledingen. Deze geledingen (herkenbaar als lichte platte stukjes in de mest) bevatten de zich ontwikkelende eieren en worden intermitterend uitgescheiden. Dit wil zeggen dat ze niet continu maar af en toe worden uitgescheiden in de mest. Een wormonderzoek kan dus een negatieve uitslag geven, terwijl er wel lintwormen aanwezig zijn. Een infectie met lintwormen kan leiden tot ernstige vormen van koliek. Eenmaal per jaar ontwormen met een preparaat wat praziquantel bevat is ons advies.