Rund

BVD

Bovine Virus Diarree (BVD) is een virus dat wereldwijd voorkomt. Wanneer het virus op een bedrijf circuleert, kan dit grote gevolgen hebben voor de diergezondheid. Dit uit zich bijvoorbeeld in een verhoging van het aantal ziektegevallen en het antibioticagebruik. Echter, dat BVD circuleert op een bedrijf is niet altijd goed merkbaar, maar ook dan kunnen de economische gevolgen groot zijn.

Lees verder

In 2018 komt de Stuurgroep ‘Voorbereiding nationale aanpak IBR- en BVD-bestrijding’, in samenwerking met LTO, NZO, Zuivel NL en SBK, met een verplicht beheersingsprogramma voor BVD. Ook zullen de zuivelondernemingen BVD-bestrijding opnemen in hun leveringsvoorwaarden. Daarnaast zien wij als Dierenkliniek ’t Leidse Land, het als onze missie om ons gehele praktijkgebied BVD-vrij te krijgen. De Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer biedt verschillende diensten en producten om BVD op uw bedrijf te bestrijden.

Een succesvolle bestrijding van BVD is gebaseerd op drie pijlers:

  1. Biosecurity/hygiëne en preventie;
  2. Opsporen en afvoeren van BVD-dragers;
  3. Monitoring van de BVD-vrije status.

Als vierde pijler kan vaccinatie worden toegevoegd. Hiervoor moet echter aan de eerste 3 pijlers voldaan worden.

Neem gerust contact op met Dierenkliniek ’t Leidse Land, zodat u samen met één van onze dierenartsen een goed plan van aanpak kan maken ter bestrijding en preventie van BVD op uw bedrijf.

Droogzetten

Droogzetten met of zonder antibiotica, kun je doen aan de hand van deze flowchart.
Om te zorgen dat koeien tijdens de droogstand voldoende beschermd zijn tegen introductie van ziektekiemen van buitenaf, bevelen wij het gebruik van zogenaamde teat-sealers aan. Een antibioticum houdende droogzetter is in veel gevallen al uitgewerkt tegen het einde van de droogstand, waardoor de uier onbeschermd is tegen infecties van buitenaf.
Teat sealers kunnen als enkele droogzettherapie, maar ook als zogenaamde dubbel therapie gebruikt worden. In het laatste geval dient u eerst de antibioticum houdende droogzetter toe en vervolgens de teat sealer. In onderstaand instructiefilmpje is te zien hoe u het beste te werk kunt gaan bij het toepassen van de dubbeltherapie. Vooral het verwijderen van lucht uit de tube voorafgaand aan de toediening van de teat-sealer, is belangrijk om te zorgen dat de inhoud netjes onderin de speen achter blijft. In het filmpje wordt Orbeseal gebruikt. Wij hebben naast Orbeseal ook het alternatief Noroseal in het assortiment.
Link YouTube filmpje

IBR

Begin 2018 wordt het verplicht om IBR op uw bedrijf aan te pakken. De verschillende vertegenwoordigers uit de melkvee-, vleesvee- en vleeskalversector hebben de staatsecretaris van Economische Zaken verzocht om steun van de overheid in de bestrijding van IBR (en BVD), in de vorm van een algemene maatregel van bestuur (amvb). Met als doel, het verbeteren van de gezondheidsstatus van Nederlands rundvee en het verkrijgen van een officiële EU-status. Onder andere dit laatste levert voordelen op voor de handel met onze omringende EU-landen die ook een EU-status hebben.

Lees verder

De regelgeving zal op het volgende neerkomen (bron: kamerbrief Staatsecretaris Van Dam over nationale aanpak van IBR en BVD, 08-06-2017):

  • Rundveehouders worden verplicht hun dieren te vaccineren tegen IBR. Op deze vaccinatieplicht worden uitzonderingen gemaakt voor bedrijven die aantoonbaar vrij zijn van IBR, of waar het risico op besmetting met IBR laag is (tankmelk onverdacht);
  • Om te voorkomen dat het virus tussen bedrijven wordt verspreid zal in bepaalde gevallen een plicht voor onderzoek voor vervoer gelden.

Bel voor verder advies over de aanpak van IBR op uw bedrijf met Dierenkliniek ’t Leidse Land!

Longworm

Longworm (Dictyocaulus viviparus) is een parasiet die bij runderen luchtwegproblemen veroorzaken. Problemen komen het meeste voor bij jongvee, maar ook oudere koeien kunnen problemen krijgen, bijvoorbeeld wanneer ze voor het eerst in hun leven de wei ingaan of als de infectiedruk hoog genoeg is. Longwormen richten veel schade aan in de longen. Een zwaar besmet kalf kan duizenden wormen in de longen hebben, met als gevolg hoesten en ernstige benauwdheid, groeivermindering, ontwikkelingsachterstand en toegenomen vatbaarheid voor virussen en bacteriën. Bovendien kunnen longwormen sterfte onder kalveren en productievermindering onder melkvee veroorzaken. Een van een ernstige longworminfectie genezen kalf zal dan ook maar zelden uitgroeien tot een dier met voldoende productie.

Levenscyclus

De luchtwegproblemen die runderen krijgen, worden veroorzaakt door de levenscyclus die longworm doormaakt, in de vorm van een trektocht door het lichaam van de koe.

De trektocht begint wanneer het dier zich tijdens de weidegang besmet met longwormlarven. De larven worden via het gras opgenomen (1) en maken een trektocht door het lichaam, van de darmen (2) naar de longen (3). In de longen groeien zij uit tot volwassen wormen (4). Volwassen wormen produceren duizenden eitjes (5). De eitjes worden opgehoest (6) en doorgeslikt (7). In het maag-darmkanaal komen de eitjes uit (8) en vervolgens komen de larven via de mest (9) in de weide terecht. Koppelgenoten worden vervolgens met deze larfjes besmet (10).

De cyclus van de opname van besmettelijke larfjes tot de uitscheiding van de nieuwe larfjes is ongeveer 3 tot 4 weken. De eerste besmetting in het weideseizoen ontstaat via voorgaande beweiding met pinken of koeien. Soms ook door overwinterende larven, dit gebeurt echter weinig.

Diagnose

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de symptomen in combinatie met de weidegang.
Een verdenking op longworminfectie kan bevestigd worden door laboratoriumonderzoek. Door middel van microscopisch onderzoek kunnen in de mest larven worden aangetoond. Bloed kan worden onderzocht op afweerstoffen.

Behandeling, preventie en vaccinatie

Een longworminfectie is te behandelen door het gebruik van injectie of pour-on  ontwormmiddelen. Besef echter dat als de infectie vastgesteld wordt er al longschade is aangericht. Deze schade heeft een negatieve invloed op de verdere groei en ontwikkeling van het dier. En heeft een negatieve weerslag op de (toekomstige) melk-/vleesproductie.

Longworminfecties zijn onvoorspelbaar. Er is een grote variatie in besmettingsdruk.
De besmettingsdruk is afhankelijk van bedrijfsfactoren als veedichtheid, beweidingsschema, ligging van de percelen en de wormhistorie. Daarnaast is het weer van invloed op het verloop van de weidebesmetting, per jaar verschilt de besmettingsdruk en daarmee het aantal uitbraken.
Immuniteitsopbouw vindt plaats in een weideseizoen. Het is dus belangrijk om niet standaard te ontwormen na het naar buiten gaan, want mogelijk vindt er onvoldoende immuniteitsopbouw plaats. Het beste is om de kalveren/pinken te behandelen bij de eerste symptomen, hierdoor vindt betere immuniteitsopbouw plaats. 

Door dieren voor de weidegang te vaccineren wordt er op natuurlijke wijze weerstand opgebouwd tegen longworm. Door middel van vaccinatie via de bek wordt de natuurlijke besmettingsroute nagebootst zonder dat de dieren ziek worden. Bij normale weidegang is vaccinatie de basis voor een levenslange bescherming. Voor een goede bescherming moeten de kalveren tweemaal worden gevaccineerd met een tussentijd van 4 weken. Twee weken na de tweede vaccinatie kan het jongvee beschermd de weide ingaan. Het jongvee moet vervolgens wel in aanraking komen met besmettelijke larven, dus het is verstandig om het jongvee achter de koeien aan te weiden.

Het is ook mogelijk drachtige vaarzen en/of melkvaarzen te vaccineren. Voor bedrijven waar het jongvee gedurende de eerste twee jaar niet of nauwelijks buitenkomt, is dit een goede mogelijkheid.

Mineralen voorziening

Wanneer het voorjaar begint en de pinken en droge koeien naar buiten gaan is de mineraalvoorziening van deze dieren belangrijk. Veel problemen in het najaar staan namelijk in verband met tekorten op dit vlak.

Lees verder

Ieder najaar komen wij problemen tegen, met name bij de herfstkalvende pinken en koeien. Een steeds vaker voorkomend probleem is dat deze dieren onvoldoende mineralen tijdens de weideperiode binnen hebben gekregen. De voorraden die opgeslagen zijn in de lever worden vervolgens uitgeput en zo kan een tekort ontstaan. De drachtige pinken zijn hier het gevoeligst voor omdat deze vaak langere tijd geen krachtvoer of mineralen gevoerd krijgen. Problemen die gezien worden bij de herfstkalvende pinken en koeien met mineraaltekorten zijn dode en of slappe kalveren, aan de nageboorte blijven staan en verminderde weerstand.

Het is dus belangrijk ervoor te zorgen dat deze groepen koeien in de weideperiode voldoende mineralen opnemen. Apart bijvoeren kan, maar de opname is vaak niet voor alle dieren gelijk. Sommige dieren krijgen in de praktijk weinig of zelfs niets binnen. Een goede oplossing is het toedienen van mineralenbolussen voor de weidegang (Ferti Plus voor jongvee en Cow Rocket voor droge koeien). Op deze wijze kunt u de mineralen en spoorelementen voorziening zeker stellen. Na ingeven geven deze bolussen gedurende 4-6  maanden lang dagelijks de benodigde dosis mineralen af. Door middel van bloedonderzoek hebben wij als praktijk de werkzaamheid van deze bolussen uitgebreid getest en de resultaten waren goed.

Wilt u weten hoe de actuele mineralenstatus van uw droge koeien of jongvee is? Door middel van een steekproef van 5 dieren kunnen we door middel van bloedonderzoek de mineralenstatus in beeld brengen en controleren of deze voldoet aan de mineralenbehoefte.

Ons advies is om uw droge koeien en drachtige pinken te voorzien van 2 bolussen net voordat ze de weide in gaan. Dit zorgt voor een betere gezondheid en een optimale vruchtbaarheid. Kies voor opnamezekerheid en gemak!

Vaccinatie rundvee

Er zijn diverse aandoeningen waartegen runderen preventief gevaccineerd kunnen worden. Zeker met de huidige regelgeving, waarbij het antibioticagebruik omlaag moet, wordt preventieve behandeling en dus vaccineren belangrijker. Want hoe meer ziektes je kunt voorkomen, hoe minder antibiotica er gebruikt hoeft te worden. Tegen onderstaande aandoeningen kan tegenwoordig succesvol bij runderen gevaccineerd worden:

BVD

BVD is een ziekte die op steeds meer bedrijven voorkomt. Bij de ziekte BVD is het grootste probleem het ontstaan van dragers. Deze dragers zijn zelf gevoelig voor allerlei secundaire aandoeningen en ze scheiden continue virus uit, waardoor er weer nieuwe dragers geboren kunnen worden. Om te weten of BVD op uw bedrijf circuleert kunnen we een quick scan uitvoeren. Wanneer deze positief is, is het advies om eerst eventuele dragers op uw bedrijf te zoeken. Wanneer de dragers afgevoerd zijn, is het verstandig om te gaan vaccineren tegen BVD om zo te voorkomen dat er nieuwe dragers geboren worden.

Door alle dieren vóór het insemineren te vaccineren tegen BVD wordt voorkomen dat de vrucht besmet wordt en kunnen er geen (nieuwe) dragers geboren worden. Wij gebruiken hiervoor de entstof Bovela®. Het vaccin kan gegeven worden aan dieren vanaf 3 maanden oud en moet 1 x per jaar herhaald worden. Enten tegen BVD kan ook zinvol zijn zonder een positieve quick scan, want BVD komen we op steeds weer nieuwe bedrijven tegen en circuleert dus in de omgeving. Door te gaan vaccineren tegen BVD voorkomt u dat BVD ook uw bedrijf treft.

IBR

IBR is een zeer besmettelijk virus wat een ontsteking van de voorste luchtwegen veroorzaakt. Wanneer IBR uw stal binnenkomt en de koppel gevoelig is (weinig eigen afweerstoffen) krijgen veel dieren hoge koorts, tranende ogen, neusuitvloeiing en een sterke melkproductiedaling. In het ergste geval kunnen dieren overlijden. Vleesvee is gevoeliger voor IBR dan melkvee. De symptomen van een infectie bij vleesvee zijn heftiger en ze hebben een grotere kans om te overlijden aan een IBR-infectie. Het percentage dieren met afweerstoffen tegen IBR wordt wel eens door de GD onderzocht in de tankmelk. Veel koppels blijken tegenwoordig te weinig afweerstoffen te hebben tegen IBR. Wanneer dit bij uw koeien het geval is, kan het verstandig zijn tegen IBR te gaan vaccineren. Hierdoor kan de schade bij een eventueel binnenkomende infectie beperkt worden.

 

Daarnaast is het voor handelstallen en andere bedrijven die (veel) dieren aanvoeren belangrijk om de dieren te beschermen tegen IBR. Deze bedrijven hebben een grotere kans om met het aangekochte vee een infectie binnen te halen. Ook vleesveebedrijven doen er verstandig aan om de dieren standaard te beschermen tegen IBR omdat deze dieren, zoals eerder gemeld, gevoeliger zijn.

Wij gebruiken de entstof bovilis IBR Marker. Alle dieren (vanaf 3 maanden) moeten eenmaal gevaccineerd worden en dit moet elke 6 maanden herhaald worden. Wanneer op een bedrijf reeds symptomen van een IBR-besmetting aanwezig zijn, is het nog mogelijk de rest van de koppel te beschermen d.m.v. een vaccinatie in de neus. 

Pinkengriep

Pinkengriep is een besmettelijke luchtweginfectie voornamelijk veroorzaakt door Bovine Respiratoir Syncytieel Virus (BRSV). Het is met name in het najaar en in de winter een jaarlijks terugkerend probleem. De klinische verschijnselen beginnen gewoonlijk met koorts, hoesten en neusuitvloeiing. Uiteindelijk kan dit resulteren in (heftige) longontsteking met mogelijk sterfte als gevolg. De kosten van een pinkengriepuitbraak lopen flink op door groeivertraging, behandelingskosten maar voornamelijk door de restschade die op latere leeftijd productiederving zal geven. Vleesvee is gevoeliger voor pinkengriep en kan mogelijk sneller overlijden aan een pinkengriepinfectie. Daarom geldt ook hier: voorkomen is beter dan genezen.

Ter preventie is een goed klimaat, frisse droge lucht, in combinatie met een warm en droog ligbed belangrijk. Daarnaast kan vaccinatie uitkomst bieden. Wij hebben verschillende vaccins waar we mee werken: Rispoval IN (neusenting), Bovilis Bovipast en Hyprabovis Somni/Lkt. De keuze van het vaccin hangt af van de bedrijfssituatie en de leeftijd waarbij de symptomen optreden. Praktisch gezien kan een vaccinatieschema eenvoudig gecombineerd worden met een bedrijfsbezoek en/of het onthoornen van de kalveren.

Speelt pinkengriep (hoestende kalveren) een rol op uw bedrijf? Neem dan contact met ons op om de mogelijkheden van preventie en een plan van aanpak te bespreken. 

Longworm

Pinken die voor het eerst naar buiten gaan zijn gevoelig voor longworm. Een longwormbesmetting leidt tot hoestende pinken en kan blijvende restschade in de longen geven en hierdoor een verminderde groei en/of melkproductie op latere leeftijd. Daarnaast kan een heftige longwormbesmetting leiden tot 'longjacht', waarbij de dieren ernstig benauwd zijn en kunnen sterven.

Om dit te voorkomen, is het nuttig de pinken voordat ze voor het eerst naar buiten gaan tegen longworm te vaccineren. Hiervoor gebruiken we Bovilis longworm®. Dit moet tweemaal oraal toegediend worden met een interval van 4 weken. De tweede enting dient minimaal 2 weken voordat de dieren naar buiten gaan gegeven te worden.

Ringworm

Ringworm is een schimmelinfectie die ronde kale plekken op de huid veroorzaakt. Het is besmettelijk van dier tot dier (en tot mens). Er is geen medicatie die afdoende en altijd tegen deze schimmel werkt. Heftige infecties kunnen leiden tot verminderde groei.

Om ringworm te voorkomen is de entstof Ringvac® op de markt. Deze moet tweemaal toegediend worden met een interval van 10-14 dagen. Let wel, deze enting kan niet gebruikt worden bij een koppel dieren waar ringworm aanwezig is. Want als besmette dieren geënt worden, verergeren de klinische symptomen.

Mastitis

Mastitisvaccinatie wordt in de Verenigde Staten al meer dan 20 jaar gebruikt als onderdeel van mastitis-management. Er is al enige tijd een nieuw Europees geregistreerd mastitis-vaccin beschikbaar: STARTVAC®. 

Dit vaccin bevat 2 (dode) bestanddelen, E. coli en S. aureus en wordt via een injectie toegediend.  Op het gebied van E. coli en Klebsiella zorgt vaccinatie vooral voor een vermindering van de ernst van de mastitisgevallen. Op het gebied van S. aureus en CNS zorgt vaccinatie met STARTVAC voor minder verspreiding van koe naar koe en voor een betere genezing, zodat er minder chronisch geïnfecteerde koeien ontstaan. Het celgetal zal hierdoor dalen en koeien genezen gemakkelijker van mastitis. 
Afhankelijk van de oorzaak van mastitis en het lactatiestadium waar de meeste mastitis voorkomen, kan er gekozen worden voor een individueel vaccinatie schema of een groepsvaccinatie.

Kalverdiaree

Diarree bij kalveren is doodsoorzaak nummer één. Het ontstaan van kalverdiarree is het gevolg van een verstoord evenwicht tussen infectiedruk uit de omgeving en meegekregen weerstand via de biest.

Door vaarzen en koeien tussen de 12 en 3 weken voor de verwachte afkalfdatum te vaccineren met een eenmalige injectie Rotavec®, maken ze grote hoeveelheden antistoffen aan, die via de biest in het kalf terechtkomen. Met deze vaccinatie zijn de kalveren die deze 'superbiest’ krijgen, beter beschermd tegen E. Colibacteriën, Rotavirussen en Coronavirussen.

Let wel: het ontstaan van kalverdiarree blijft altijd een broos evenwicht. Wanneer de koeien gevaccineerd worden, wil het niet zeggen dat er nooit meer een kalf diarree kan krijgen. Maar wanneer de kalveren voldoende gevaccineerde biest hebben gehad, zal duidelijk de ernst (vooral ten gevolge van coli-infecties) van de diarree verminderen en zal ook het aantal gevallen van (virus) diarree en de verspreiding van het virus  verminderen.