Kleine herkauwers (schapen en geiten)

Kleine herkauwers

Schapen & geiten

Ook voor de groep van de kleine herkauwers, waaronder de schapen en (melk)geiten vallen, hebben wij een breed aanbod aan diergeneeskundige zorg. Met name in het voorjaar is er een toename in zorgvraag, niet alleen in de vorm van assistentie tijdens de geboorte van de lammeren, maar ook in de vorm van zorg voor de moeder en de lammeren in deze periode.

Om te zorgen dat de lammerperiode zo goed mogelijk verloopt, besteden wij de rest van het jaar veel tijd aan preventieve zorg zoals vaccinaties en voedingsadviezen. Daarnaast helpen wij (kinder-) boerderijen aan alle, door de overheid gestelde eisen, te voldoen. Hierbij valt te denken aan het opstellen van een Zoönose-keurmerk of de verplichte vaccinatie tegen Q-koorts op boerderijen met een publieke functie.  

Een greep uit ons aanbod voor de kleine herkauwers staat hieronder. Sommige onderwerpen worden uitgebreider besproken in onze nieuwsbrieven.

Greep uit ons aanbod

  • Vruchtbaarheidsproblemen en geboortehulp;
  • Maagdarmworm en leverbot preventie en bestrijding;
  • Huid en vachtproblemen;
  • Kreupelheden;
  • Mineralen-onderzoek en -aanvulling;
  • Diergezondheidsstatus: informatie, advies en preventie;
  • Ziektes bij schapen, ammeren en geiten;
  • Vaccinaties.

Rotkreupel

Rotkreupel is een acuut tot chronisch verlopende, besmettelijke aandoening van de tussenklauwhuid bij zowel schaap als geit. Op den duur gaat het gepaard met ondermijning van het klauwhoorn wat leidt tot ernstige kreupelheid. De oorzaak van deze aandoening is een combinatie van omstandigheden en infectie met de bacteriën Dichelobacter nodosus en Fusobacterium necrophorum. Bij de geit komt rotkreupel veel minder vaak voor dan bij het schaap.

Lees verder

Introductie van rotkreupel in een koppel vindt in de meeste gevallen plaats door toevoegen van een zogenoemde drager. Dezelfde dragers vormen een reservoir van de rotkreupel-bacteriën en zij kunnen er daarom voor zorgen dat een infectie lange tijd in een koppel aanwezig blijft. Eventueel kan een koppel ook geïnfecteerd worden vanuit een besmette omgeving, waar enige tijd eerder dieren met rotkreupel hebben gelopen.

De behandeling van schapen met rotkreupel vraagt om een goed plan van aanpak, aangezien de bestrijding in veel gevallen niet eenvoudig en tijdrovend is. Naast het bekappen van alle dieren en het gebruik van klauwbaden is bij sommige dieren een individuele behandeling noodzakelijk. Verder is het belangrijk om na een behandeling de schapen naar een “schoon” weiland te brengen, dit wil zeggen een weiland waar ten minste 2 weken geen schapen hebben gelopen.

Preventie bestaat voor het grootste deel uit goed management van de klauwen. Dat wil zeggen 2 maal per jaar preventief bekappen, het gebruik van voetbaden en zorgen dat de dieren zoveel mogelijk in een schone en droge omgeving gehouden worden. Indien toch een uitbraak van rotkreupel plaatsvindt en behandeling geen of onvoldoende effect heeft, dan is vaccinatie een goede optie!

Het is belangrijk om te vermelden dat uitsluitend vaccineren zonder verdere maatregelen onvoldoende effect geeft. Het vaccin dat gebruikt wordt, heet Footvax® en kan gebruikt worden bij dieren ouder dan 3 maanden leeftijd. De basisvaccinatie bestaat uit een tweevoudige enting met een tussentijd van 4 tot 6 weken, waarna een bescherming van 6 maanden te verwachten valt. De herhalingsvaccinatie dient niet later dan 4 maanden na de voorafgaande enting plaats te vinden. Nadeel van het vaccin is dat het lokale irritatie kan veroorzaken op de plek van toediening, in sommige gevallen zelfs met abcesvorming. Wanneer de schapen gevaccineerd worden voor het aflammen zullen de lammeren ook antistoffen via de biest meekrijgen.

Vaccinatie

Enkele ziektes waartegen gevaccineerd kan worden staan hieronder nader toegelicht.

Vaccinatie 't Bloed en Zomerlongontsteking

Vaccinatie tegen ‘t Bloed (Enterotoxinemie) en Zomerlongontsteking (Pasteurellose).
Schapen die niet eerder gevaccineerd zijn moeten een basisenting krijgen. De eerste enting 6 tot 10 weken voor het lammeren. De tweede enting 2 tot 4 weken voor het lammeren. Volwassen schapen die het voorgaande jaar al geënt zijn moeten twee tot vier weken voor het lammeren eenmalig geënt worden.  Lammeren geboren uit geënte ooien zijn ongeveer 6 tot 12 weken beschermd tegen het bloed. Dit is wel afhankelijk van een goede biestvoorziening. De antistoffen worden namelijk via de biest overgedragen. Het enten van de ooien is vooral belangrijk in koppels waar in het verleden sterfte optrad bij lammeren onder 6 weken leeftijd.

Treden de gevallen op oudere leeftijd op dan is het verstandig om op jongere leeftijd de lammeren 2 maal te enten. Pas op bij plotselinge overgangen naar rijke, volle weides of verhoging van krachtvoergiften.

Het vaccin dat we gebruiken kan al vanaf een leeftijd van drie weken toegediend worden. Met dit vaccin zijn de dieren tevens tegen de zomerlongontsteking gevaccineerd. Alle vaccins geven een goede bescherming tegen tetanus (klem).

Vaccinatie Q koorts

In 2005 is de verwekker van Q koorts (Coxiella burnetii) voor het eerst in verband gebracht met verwerpen bij geiten. In de periode tussen 2007 en 2010 heeft er in Nederland een grote humane uitbraak plaats gevonden. Vanaf 2010 is er een verplichte landelijke vaccinatiecampagne gestart waardoor het aantal ziektegevallen, bij dieren maar ook humaan, is teruggebracht. Sinds juni 2016 zijn alle melkschapen- en melkgeitenbedrijven weer officieel Q-fever vrij.

De verplichte vaccinatie campagne blijft voor een aantal bedrijven nog wel van kracht. Onderstaande tekst is afkomstig van de website van de nVWA.

“Alle publieksbedrijven, professionele melkschapen- en melkgeitenbedrijven (bedrijven met meer dan 50 dieren) en opfokbedrijven met meer dan 50 dieren die bestemd zijn voor de melkproductie, zijn verplicht om jaarlijks hun schapen en geiten voor 1 augustus te vaccineren. Ook moet de registratie van de uitgevoerde vaccinatie voor 1 augustus in de I&R-database verwerkt zijn. Dieren ouder dan 3 maanden die aangevoerd worden op een keuring of tentoonstelling moeten ook gevaccineerd zijn, uiterlijk 3 weken voor het evenement.”