Konijnen en knaagdieren

Castratie

Castratie mannelijk konijn (rammelaar)

Redenen om een rammelaar te castreren zijn:

  • Voorkomen van nageslacht
  • Vermindering onderlinge agressie
  • Minder kans op sproeien van urine.

Rammelaars kunnen vanaf 3 maanden leeftijd al vruchtbaar zijn. Castratie kan vanaf het moment dat de testes (ballen) zichtbaar zijn (meestal tussen de 3 en 5 maanden leeftijd). Als u twijfelt of uw konijn al gecastreerd kan worden, kunt u hiervoor een afspraak maken.

Na de castratie kan een rammelaar nog tot een maand vruchtbaar blijven, dus het is te adviseren om konijnen een paar weken apart te houden, indien u geen jonge konijntjes wilt krijgen.

Castratie vrouwelijk konijn (voedster)

Redenen om een voedster te castreren:

  • Voorkomen van nageslacht
  • Vermindering van agressie
  • Voorkomen van baarmoedertumoren en baarmoederontstekingen.

Het is aan te raden om vrouwelijke konijnen te castreren tussen de 6 maanden en 2 jaar leeftijd. Hoe langer er wordt gewacht, des te meer kans op tumoren ontstaan in de baarmoeder. Uit een onderzoek is gebleken dat 60% van de konijnen van 5 jaar of ouder baarmoedertumoren heeft.

Lees verder

Voorzorg
Voorafgaand aan de operatie mogen konijnen gewoon blijven eten (in tegenstelling tot katten en honden). Indien u uw konijn komt brengen voor een operatie, is het dus goed om wat van zijn of haar eigen eten mee te geven.

Nazorg
Ook na de ingreep mogen konijnen direct weer voedsel.  Het is erg belangrijk dat de maag en darmen gestimuleerd blijven.

Rammelaars hebben over het algemeen weinig last van de operatie. Het is goed om ze na de operatie op een handdoek te plaatsen, zodat er geen stro in de wondjes kan komen.

De operatie van voedsters is wat ingrijpender dan van een rammelaar, omdat het bij vrouwtjes om een buikoperatie gaat. Vrouwtjes krijgen altijd pijnstilling mee naar huis. Het is erg belangrijk om goed in de gaten te blijven houden of ze goed zelf eten. De eerste dagen is het soms nodig om ze wat extra voeding te geven met een spuitje.

E. cuniculi

Encephalitozoön cuniculi is een parasiet die geregeld voorkomt bij konijnen. De parasiet is zo klein, dat deze niet met het blote oog te zien is. De verspreiding van E. cuniculi gebeurt vooral via urine.

Konijnen kunnen de parasiet bij zich dragen zonder dat ze er last van hebben. Vaak krijgen konijnen deze parasiet al mee van hun moeder.

Op een bepaald moment (soms samenhangend met verlaagde weerstand of stress) kan E. cuniculi voor problemen zorgen. De parasiet nestelt zich vooral ter hoogte van de hersenen en de nieren en zorgt ervoor dat er neurologische - en nierproblemen ontwikkelen.

Lees verder

Symptomen van een E. cuniculi-infectie:

  • scheve kopstand
  • cirkelgang
  • omvallen
  • verlamde poten
  • veel drinken en veel plassen
  • afvallen
  • oogproblemen.

Behandeling:

  • Doden van E. cuniculi met het medicijn Fenbendazole. Ook de hokgenoten moeten meebehandeld worden, omdat deze drager kunnen zijn van de parasiet (zonder dat ze klachten hebben)
  • Ontstekingsremmende medicatie
  • Ondersteuning (o.a. helpen met voeding geven indien nodig, zorgen dat het konijn warm genoeg blijft).

Prognose:

Er zijn konijnen die gelukkig helemaal herstellen na een infectie. Er zijn ook konijnen die wat restverschijnselen overhouden (bijvoorbeeld een scheef kopje), maar die zich hiermee wel goed kunnen redden. Helaas zijn er ook konijnen, die ondanks een behandeling, niet voldoende opknappen.

Gebit

Gebitsproblemen bij konijnen komen vaak voor.

Hoe merk je dat een konijn last heeft van het gebit?

  • Slecht eten
  • Vermageren
  • Natte bek
  • Dunne ontlasting of te kleine keutels
  • Abces in het gebied van de bek.

Indien u twijfelt of uw konijn last heeft van zijn gebit, is het goed om een afspraak te maken. Alleen met een speciale kijker met een lampje, is het mogelijk om goed naar de kiezen te kijken.

Lees verder

Behandeling:
Snijtanden kunnen geslepen of geknipt worden (dit lukt meestal zonder narcose). Aangezien de tanden van konijnen het hele leven door blijven groeien, is het bijna altijd nodig om zo’n behandeling te herhalen na verloop van tijd. Het verwijderen van de snijtanden (onder narcose) is ook mogelijk, om het probleem permanent aan te pakken.

Ook kiezen kunnen voor problemen zorgen; er kunnen haken aanwezig zijn of kiezen kunnen te lang doorgroeien. De behandeling bestaat uit het bijvijlen van de kiezen. Hier is soms narcose voor nodig.

Maden bij het konijn

Helaas zien we elk jaar in de warme zomermaanden een aantal konijnen met maden. Wanneer vliegen eitjes leggen in de vacht van een konijn, komen hier maden uit. Deze maden zorgen voor ernstige wonden. Konijnen kunnen hier zelfs aan overlijden.

Lees verder

Risicofactoren:
Dunne ontlasting die blijft plakken aan de vacht, wonden, vies hok.

Behandeling:
Indien u maden op uw konijn aantreft, bel dan direct de kliniek voor een afspraak, want dit is een spoedgeval. De maden moeten zo snel mogelijk worden verwijderd en in de meeste gevallen heeft uw konijn een ondersteunende behandeling nodig.

Preventie:
Hok goed schoonhouden, goede voeding geven om diarree te voorkomen (hooi dient de hoofdcomponent te zijn), zo nodig diarree verwijderen. Er is ook een spray verkrijgbaar die afwerend werkt tegen vliegen en zo maden helpt te voorkomen. Deze spray heet Nomyiasis® en is verkrijgbaar bij Dierenkliniek ’t Leidse Land.

Vaccinatie

Vaccinatie van konijnen tegen myxomatose en RHD

Myxomatose en Rabbit Haemorrhagic Disease  (RHD) zijn virale infecties die vrijwel altijd een dodelijke afloop hebben.

Myxomatose wordt vooral verspreid door stekende insecten, zoals muggen. Ook direct contact tussen konijnen kan voor een besmetting zorgen.

Lees verder

Het RHD-virus wordt uitgescheiden door de urine, de ontlasting of door speeksel. De besmetting gebeurt via direct contact tussen konijnen, maar ook door indirect contact (bijvoorbeeld door mensen of planten die het virus van het ene naar het andere konijn kunnen overbrengen).

Symptomen myxomatose

  • Verdikte oogleden, verdikte oren, verdikte mond, verdikte anus
  • suf
  • koorts
  • slecht of niet eten
  • benauwdheid
  • sterfte.

Symptomen RHD1

  • koorts
  • slecht of niet eten
  • suf
  • bloedverlies uit neus
  • pijn
  • acute sterfte.

Behandeling en preventie:
Er is geen specifieke medicatie tegen myxomatose of RHD1. Het is mogelijk om een ondersteunende behandeling te geven, maar helaas overlijden bijna alle konijnen na een infectie met myxomatose of RHD1.

Gelukkig is het wel goed mogelijk om te voorkomen dat uw konijn ziek wordt, door middel van een vaccinatie. Het vaccin dient eenmaal per jaar te worden toegediend.

RHD2: nieuw konijnenvirus

Sinds 2016 zijn vanuit diverse delen van het land en ook in onze regio meldingen geweest over acute sterfte onder konijnen. Het gaat hier zowel om wilde en tamme konijnen. Verschillende van deze konijnen zijn onderzocht en uit dit onderzoek blijkt dat de dieren zijn gestorven als gevolg van een nieuwe variant van de konijnenziekte Rabbit Hemorrhagic Disease (RHD),  ook wel VHD (Viral Haemorrhagic Disease) genoemd. De nieuwe variant heet RHD2.

Wat is RHD?
RHD is een virus dat uit twee varianten bestaat: RHD1 en RHD2. Het virus dat nu door ons land trekt, is het RHD2 virus. Beide varianten van RHD kunnen een dodelijke afloop hebben. Bij RHD1 sterft het konijn echter meestal binnen 1 à 2 dagen, terwijl het bij RHD2 gemiddeld 3 tot 5 dagen duurt voordat het konijn overlijdt. Hierdoor heeft het RHD2 virus nog meer tijd om zich te verspreiden.

Het virus verspreidt zich door direct contact tussen konijnen maar ook indirect via urine, uitwerpselen, water, voedsel, kleding, handen en hokken. Stekende insecten kunnen ook een rol spelen. Het RHD-virus is niet gevaarlijk voor mensen of andere gezelschapsdieren zoals honden, katten, cavia’s en andere knaagdieren.

Symptomen
Een geïnfecteerd konijn zal veelal binnen 24 tot 48 uur sterven. Benauwdheid en bloedingen zijn verschijnselen die bij deze konijnen soms gezien worden. Vaak is er echter niets te zien aan konijnen met deze ziekte totdat ze sterven.

Vaccineren
De reguliere vaccins die beschikbaar zijn in ons land bieden alleen bescherming tegen het RHD1-virus en myxomatose. Ook wanneer uw konijn al is ingeënt, loopt het dus risico besmet te raken met de nieuwe variant van het RHD-virus.

Sinds kort hebben wij het Filavac-vaccin in huis. Dit vaccin geeft een jaar bescherming tegen RHD 2. (Eerder hadden we het Cunipravac-vaccin, wat ook goede bescherming bood, maar vaker herhaald moest worden).

Indien u uw konijn wilt laten vaccineren tegen RHD-2, neem dan contact met ons op.

Preventie
Hoewel een vaccin dat bescherming biedt tegen RHD-2 beschikbaar is, blijft het belangrijk om maatregelen te nemen om besmetting en verspreiding van de ziekte zoveel mogelijk te voorkomen:

  • Vaccinatie
  • Ruimtes waar mogelijk besmette konijnen zijn geweest, dienen gedesinfecteerd te worden.
  • Voer geen (vers) gras of groente van buiten (moestuin) aan uw konijn.
  • Voorkom direct contact van uw konijn met konijnen uit het wild. Als er wilde konijnen in de buurt voorkomen van uw huis kunt u overwegen om uw konijn (tijdelijk) binnen te huisvesten.
  • Neem geen zieke konijnen uit het wild mee naar huis.
  • Goede (hand) hygiëne is belangrijk. Was uw handen extra goed met water en zeep voor en na het voeren en verzorgen van uw konijn.
  • Pas op met besmette konijnenveldjes (besmet met urine van wilde konijnen). Via uw schoeisel kan het virus verspreid worden. Laat uw konijnen in ieder geval niet in contact komen met schoeisel waarmee u over mogelijk besmet terrein heeft gelopen.

Aangezien stekende insecten ook een rol kunnen spelen in de verspreiding, kan een goede insectenbestrijding ook bijdragen aan vermindering van het risico.

Heeft u nog vragen, neem dan gerust contact met ons op.