Katten

Vaccinatie

Tegen een aantal infectieziekten wordt al meerdere jaren zowel bij de hond als de kat succesvol gevaccineerd. Een vaccin stimuleert het lichaam om antilichamen aan te maken tegen de gevaccineerde ziekte. Hierdoor wordt de kans dat uw huisdier ziek wordt, wanneer hij met de echte ziekte in contact komt, een stuk kleiner. Het geeft echter nooit 100% bescherming. Mocht uw huisdier wel besmet raken met de ziekte, dan zal in het algemeen de ziekte minder heftig verlopen.

Lees verder

Er wordt veel besproken of we wel of niet moeten vaccineren. Hierop is het antwoord kort en bondig: absoluut wel vaccineren. We komen elk jaar nog enkele honden tegen met de Ziekte van Weil of Parvo met helaas niet altijd een even goede afloop. De honden waar we dit bij aantreffen zijn eigenlijk altijd niet goed gevaccineerde honden (mede uit het buitenland). Bij de kat is vooral niesziekte een ziekte die veel voorkomt. Wanneer dit chronisch wordt, is de kat voor de rest van zijn leven verkouden (chronische snotneus, chronische oogklachten, niezen). Zelfs een binnenkat loopt risico omdat het virus via schoenen en kleding van buiten kan worden meegenomen.

Een puppy wordt opgestart met 3 entingen (vaak 1 bij de fokker op 6 weken leeftijd) en een kitten met 2. Beide met tussenpozen van 3 weken. Na de puppy-en kitten-entingen is het vervolg jaarlijks. Niet alle entstoffen hoeven jaarlijks herhaald te worden. De benodigde enting kan dus per jaar verschillen.

Een niet onbelangrijk deel van de entingen is de jaarlijkse controle. Bij de enting wordt de hond/kat altijd nagekeken. Op de kliniek wordt naar het hart geluisterd en het gebit wordt gecontroleerd. Ook het gewichtsverloop is belangrijk. Overgewicht kan sneller aangepakt worden en afvallen of ouderdom sneller opgemerkt en behandeld.

  • Entingen die alleen op indicatie gegeven worden:
    Kennelhoest: belangrijk bij puppy’s en wanneer de hond naar het pension/show gaat.
  • Rabiës: verplicht wanneer uw huisdier mee naar het buitenland gaat.
  • Bordetella: voor sommige kattenpensions verplicht.

Vaccinatieschema

Hond:

  • 6, 9 en 13 weken (D,H,P, Weil) en kennelhoest (Rabiës)
  •  1 jaar (D,H,P en Weil) en kennelhoest
  • 2 jaar enkel Weil
  • 3 jaar enkel Weil (Rabiës)
  • 4 jaar (D,H,P en Weil)
  • 5 jaar enkel Weil
  • 6 jaar enkel Weil (Rabiës)
  • 7 jaar (D,H,P en Weil), enz.

 Rabiës is enkel verplicht als u met uw hond/ kat naar het buitenland reist.

Kat:

  • 9 en 12 weken (Kattenziekte en Niesziekte) (Rabiës)
  •  1 jaar (Kattenziekte en Niesziekte)
  • 2 jaar (Niesziekte)
  • 3 jaar (Niesziekte)
  • 4 jaar (Kattenziekte en Niesziekte) (Rabiës)
  • 5 jaar (Niesziekte), enz.

Vaccicheck / titeren

Wij bieden de mogelijkheid om door middel van een bloedtest voor de hond te bepalen wat zijn/haar immuunstatus is ten opzichte van de te enten stoffen. Zo kunnen we heel gericht kijken wat wel en wat niet gevaccineerd moet worden op dat moment. Deze test bepaalt of het dier nog voldoende antistoffen in het bloed heeft tegen Hondenziekte (Distemper), Parvo, Hepatitis (Adenovirus) en Rabiës. Voor Leptospirose (ziekte van Weil) en voor Kennelhoest kan het niet.

Hoe kan de titer verhoogd worden?

Tegen de meeste ziektes wordt tegenwoordig gevaccineerd. Door de vaccinatie krijg je een toename van de antistoffen en zo dus betere bescherming tegen ziektes. De titer gaat stijgen door vaccinatie.

Er is wel verschil tussen verschillende vaccinaties. Zo is het vaccin tegen hondsdolheid (Rabiës) bijvoorbeeld heel erg goed. Deze geeft een titer-stijging die 3 jaar voldoende hoog blijft. Dit betekent dat er maar eens per 3 jaar gevaccineerd hoeft te worden tegen rabiës. Tegen de ziekte van Weil is de bescherming slechts 12 maanden. Deze moet voor een goede bescherming elk jaar herhaald worden.

Wij houden goed in de gaten welk vaccin de beste bescherming biedt en zo kunnen wij vaccinatie op maat aanbieden.

Wanneer is het zinvol een titerbepaling van antilichamen te laten doen bij uw hond?

  • Honden die bij eerdere vaccinatie (over)gevoelig hebben gereageerd
  • Bij zieke honden, die men op dat moment liever niet vaccineert
  • Indien de eigenaar vóór de vaccinatie wil weten of de hond nog voldoende hoge antistoffen (antilichamen) heeft, waardoor een eventuele onnodige vaccinatie wordt voorkomen
  • Voor de Ziekte van Weil (Leptospirose) en Besmettelijke Hondenhoest (Kennelhoest) kan nog geen titerbepaling worden gedaan. Wij adviseren uw hond jaarlijks tegen deze beide ziektes te laten enten.