Katten

Castratie/sterilisatie

Sterilisatie of castratie poes 
Het onvruchtbaar maken van een poes door middel van chirurgisch ingrijpen wordt in de volksmond vaak ‘sterilisatie’ genoemd. Bij sterilisatie worden echter de eileiders alleen onderbroken. De eierstokken blijven zitten en het dier is dus nog hormonaal actief.  Bij de poes wordt bijna altijd gekozen voor het verwijderen van de eierstokken. Castratie is dus eigenlijk het juiste woord voor deze operatie.

Castratie van de kater 
De kater is geslachtsrijp op de leeftijd van 6-7 maanden. Wij adviseren daarom om de kater rond deze leeftijd te laten castreren. Mocht de kater eerder in huis gaan plassen en/of sproeien, dan is het beter om de kater direct te laten castreren. Anders kan de kat het sproeigedrag aanleren en in 5% van de gevallen kan de sproeiende kater blijven sproeien ondanks de castratie. 

Sterilisatie/castratie poes

Waarom adviseren wij castratie?  
Vanaf een leeftijd van 4-9 maanden wordt een poes geslachtsrijp en wordt ze krols, gemiddeld elke 2-3 weken, van het vroege voorjaar tot het najaar. Tijdens de krolsheid vertoont een poes meestal ander gedrag, ze is aanhaliger en houdt bij het aaien vaak haar achterste in de lucht met de staart opzij, mauwt luider en kan weglopen om een kater op te zoeken.  

Als u geen nestje wilt, wordt castratie geadviseerd rond de leeftijd van 6 maanden. Dit voorkomt krolsheden, ongewenste dracht en baarmoederontstekingen. Ook hebben poezen die op jonge leeftijd geholpen zijn een veel kleiner risico op het ontwikkelen van melkkliertumoren.  

Er bestaan ook medicamenteuze behandelingen om de hormonale cyclus te onderdrukken (de zogenaamde poezenpil). Het gebruik hiervan heeft nadelen omdat dit het risico op bijwerkingen juist verhoogt (zoals melkkliertumoren, suikerziekte en baarmoederontsteking). Beter is dus om chirurgisch in te grijpen.  

Een nadeel van castratie is dat poezen wat dikker kunnen worden, de energiebehoefte neemt namelijk flink af. Er wordt daarom geadviseerd uw kat na castratie minder voer te gaan geven, of over te gaan op caloriearme voeding. Regelmatig wegen, helpt om het gewicht in de gaten te houden.  

Hoe gaat de castratie in zijn werk?  
Op de afgesproken tijd brengt u de poes nuchter;  dat wil zeggen: vanaf de avond ervoor 18.00 uur geen eten, maar drinken mag wel. Ze krijgt een plekje in de opname tot ze aan de beurt is. Eerst wordt een pre-anesthetisch onderzoek gedaan, waarbij in elk geval naar het hartje en de longen worden geluisterd. Als alles in orde is, geven we een narcoseprikje en als ze slaapt wordt een stuk van de buik geschoren, gewassen en steriel gemaakt (om haar klaar de maken voor de operatie). Ook worden de oogjes gezalfd om ze te beschermen tegen uitdroging.  

De ingreep zelf houdt in dat er een klein sneetje wordt gemaakt in de buik, om de eierstokken te kunnen verwijderen. Bij een afwijkende baarmoeder zal de dierenarts er ook voor kiezen deze ook weg te halen. Daarna wordt de buikwand en de huid gehecht.

Als ze weer wakker is, kan ze mee naar huis, thuis kan ze nog wat suf zijn van de narcose. Voor de genezing van de wond is het verstandig de poes een aantal dagen binnen te houden.  Mocht ze de wond overmatig gaan likken dan kan een kraag of petshirt (rompertje) nodig zijn. Eventuele buitenwaartse hechtingen kunnen worden verwijderd na 10-14 dagen.

Castratie kater

De voordelen van castratie zijn: 

  •  Minder kan op sproeien of plassen in huis
  • Minder sterke urinegeur
  • Minder drang van de kater om buiten te gaan zwerven en daardoor minder kans op vechten met andere katten
  • Geen kans meer op ongewenste kittens.

Een nadeel is dat de kater dikker kan worden. De energiebehoefte neemt gemiddeld ongeveer 30% af na castratie terwijl ze gemiddeld méér eetlust hebben. U kunt voorkomen dat hij zwaarder wordt door wat minder eten te geven na castratie of op calorie-arme voeding over te gaan en de kat af en toe te wegen ter controle.   

Hoe gaat een castratie in zijn werk?  
U kunt een afspraak maken wanneer de castratie gaat plaatsvinden. U brengt de kater nuchter (dat wil zeggen vanaf de avond ervoor 18.00 uur geen eten geven, maar drinken mag wel) en hij krijgt een plekje bij ons in de opname tot hij aan de beurt is.

Voor de operatie doen we een pre-anesthetisch onderzoek waarbij we in elk geval het hart en de longen beluisteren. Ook wordt nagevoeld of beide balletjes zijn ingedaald. Als alles in orde is, geven we een narcoseprikje.  Zodra hij slaapt, krijgt hij pijnstiller en zo nodig een antibioticum-injectie. De ogen worden gezalfd om te voorkomen dat ze uitdrogen. 

De ingreep zelf houdt in dat er 2 sneetjes worden gemaakt om de balletjes te verwijderen, de zaadstreng en bloedvaten worden afgebonden. Hechtingen zijn doorgaans niet nodig. Na de castratie kan hij dezelfde dag weer naar huis. Wel kan hij nog een beetje suf zijn na de narcose.  U krijgt op de dag zelf informatie mee van de assistente over de nazorg.