Katten

Blaasontsteking

Plasproblemen komen bij katten regelmatig voor. Deze kunnen door lichamelijke oorzaken voorkomen maar psychische problemen zorgen ook voor onzindelijkheid. Bij dit laatste moet je denken aan stress, waardoor de kat naast de bak gaat plassen. Bijvoorbeeld op de mat voor de deur om een territorium af te bakenen. Ook bij een blaasontsteking kunnen katten onzindelijk worden maar dan gaan ze vaak op meerdere plaatsen in huis plassen.

Lees verder

Naast onzindelijkheid gaan katten met een blaasontsteking meestal vaker naar de bak, ze doen kleine plasjes en soms zie je daarbij bloed. Zeker bij jonge katten wordt een blaasontsteking zelden veroorzaakt door een bacterie. Ook bij katten willen we graag urine hebben voor onderzoek. Urine opvangen bij katten kan erg lastig zijn. We hebben daarvoor plastic kattenbakkorrels die de urine niet opnemen. Met een bijgeleverd pipetje zuig je de urine op. Omdat bacteriën vaak geen rol spelen bij blaasontsteking van de kat, geven we in eerste instantie geen antibioticum. Wel zetten we katten met plasklachten op een pijnstillende ontstekingsremmer; Metacam.

Blaasgruis is vaak een oorzaak van de blaasontsteking, dit kunnen we in de urine aantonen. Bij blaasgruis wordt de kat op een blaasdieet gezet om het gruis op te lossen en te voorkomen dat het opnieuw gevormd wordt. Zeker bij katers kan blaasgruis een propje vormen in de urineleider waardoor de kat niet meer kan plassen. Dit is een spoedgeval. De kat wil steeds plassen, gaat in de plashouding zitten maar er komt geen urine of slechts enkele  druppels. Vaak mauwen ze daarbij en zijn pijnlijk aan de buik. Als ze langer niet kunnen plassen, worden ze ziek, willen niet eten, gaan soms braken. De blaas wordt steeds voller en dit geeft druk op de nieren. Bij een obstructie moeten we katers altijd katheteriseren om de verstopping op te lossen. De katheter blijft 3 dagen zitten zodat al het gruis eruit kan. Afhankelijk van of er sprake is van wel of geen (tijdelijke) nierschade - dit onderzoeken we door middel van bloedonderzoek - leggen we ook een infuus aan om de kat te spoelen. Na 3 dagen mag de katheter eruit en moet de kat op een blaasgruisvoorkomend dieet. Let op bij blaasdiëten van de dierenwinkel; deze zijn niet hetzelfde als diëten van de dierenarts. Vaak zien we dat de klachten op een dieet van de winkel na korte of langere tijd weer terugkomen.

Als de klachten na een behandeling met Metacam niet weggaan of snel terugkomen, stellen we altijd verder onderzoek voor. Dit bestaat vaak uit het steriel aanprikken van de blaas. Bij steriele urine kunnen we onderzoeken of er misschien tot een bacterie een rol speelt, dit zien we vaker bij oudere katten, en zo ja, voor welke antibiotica deze gevoelig is. Een echo van de blaas of een röntgenfoto gebruiken we om ‘in’ de blaas te kijken om te zien of er sprake is van blaasstenen. Op een echo kunnen we stenen zien en ook kunnen we dan beter naar de blaaswand kijken om te controleren op poliepen of tumoren. Ook bij de katten is chirurgie de enige therapie om blaasstenen te verwijderen.

Bij aanhoudende klachten en indien alle mogelijke fysieke oorzaken zijn uitgesloten, is er zeer waarschijnlijk sprake van gedragsproblemen. Er zijn verschillende zaken waarop u kunt letten:

  • Voldoende en schone kattenbakken, die op een rustige plaats staan.
  • De plekken waar de kat plast, schoonmaken met een neutraal schoonmaakmiddel, bijvoorbeeld groene zeep.

Feliway is een verdamper die feromonen verspreidt. Katten worden hier rustiger en gelukkiger van en het kan bij stress zeker helpen.