Kleine herkauwers (schapen en geiten)

 

 

Deze groep dieren brengt een seizoensgebonden piekdrukte met zich mee. Vooral in het lammerseizoen zijn er meer zieke dieren en problemen bij het lammeren waarvoor onze hulp wordt ingeroepen. De rest van het jaar zijn we bezig met preventieve zorg zoals vaccinaties en voedingsadviezen. Ook helpen we (kinder-)boerderijen aan alle, door de overheid gestelde eisen, te voldoen. We helpen instellingen met adviezen en zorg hieromtrent. Een greep uit ons aanbod voor deze diergroepen staat hieronder. Sommige onderwerpen worden uitgebreider besproken in onze nieuwsbrieven.

 

 

Geit + geitjes (500 x 756)  
  • Wormpreventie en -bestrijding
  • Vruchtbaarheidsproblemen en geboorte
  • Kreupelheden
  • Mineralen
  • Leverbot preventie
  • Blauwtong / Q-koorts: informatie, advies en preventie
  • Huidparasieten & vachtproblemen
  • Ziektes bij lammeren
  • Ziektes bij schapen en geiten
  • Vaccinaties, tegen

            - Het bloed

            - Zomerlongontsteking

            - Rotkreupel


Vaccinatie tegen ‘t Bloed (Enterotoxinemie) en Zomerlongontsteking (Pasteurellose).

Eénjarige schapen moeten een basisenting krijgen. De eerste enting 6 tot 10 weken voor het lammeren. De tweede enting 2 tot 4 weken voor het lammeren. Volwassen schapen die al eerder geënt zijn moeten twee tot vier weken voor het lammeren nogmaals geënt worden.  Lammeren geboren uit geënte ooien zijn ongeveer 6 tot 12 weken beschermd tegen het bloed. Dit is wel afhankelijk van een goede biestvoorziening. De antistoffen worden namelijk via de biest overgedragen. Het enten van de ooien is vooral belangrijk in koppels waar in het verleden sterfte optrad bij lammeren onder 6 weken leeftijd.


Treden de gevallen op oudere leeftijd op dan is het verstandig om op jongere leeftijd de lammeren 2 maal te enten. Pas op bij plotselinge overgangen naar rijke, volle weides of verhoging van krachtvoergiften.


Het vaccin wat we gebruiken kan al vanaf een leeftijd van drie weken toegediend worden. Met dit vaccin zijn de dieren tevens tegen de zomerlongontsteking gevaccineerd. Alle vaccins geven een goede bescherming tegen tetanus (klem).

 

 

Rotkreupel

Rotkreupel is een acuut tot chronisch verlopende, besmettelijke aandoening van de tussenklauwhuid bij zowel schaap als geit. Op den duur gaat het gepaard met ondermijning van het klauwhoorn wat leidt tot ernstige kreupelheid. De oorzaak van deze aandoening is een combinatie van omstandigheden en infectie met de bacteriën Dichelobacter nodosus en Fusobacterium necrophorum. Bij de geit komt rotkreupel veel minder vaak voor dan bij het schaap.


Introductie van rotkreupel in een koppel vindt in de meeste gevallen plaats door toevoegen van een zogenoemde drager. Dezelfde dragers vormen een reservoir van de rotkreupel-bacteriën en zij kunnen er daarom voor zorgen dat een infectie lange tijd in een koppel aanwezig blijft. Eventueel kan een koppel ook geïnfecteerd worden vanuit een besmette omgeving, waar enige tijd eerder dieren met rotkreupel hebben gelopen.


De behandeling van schapen met rotkreupel vraagt om een goed plan van aanpak, aangezien de bestrijding in veel gevallen niet eenvoudig en tijdrovend is. Naast het bekappen van alle dieren en het gebruik van klauwbaden is bij sommige dieren een individuele behandeling noodzakelijk. Verder is het belangrijk om na een behandeling de schapen naar een “schoon” weiland te brengen, dit wil zeggen een weiland waar ten minste 2 weken geen schapen hebben gelopen.

 

Preventie bestaat voor het grootste deel uit goed management van de klauwen. Dat wil zeggen 2 maal per jaar preventief bekappen, het gebruik van voetbaden en zorgen dat de dieren zoveel mogelijk in een schone en droge omgeving gehouden worden. Indien toch een uitbraak van rotkreupel plaatsvindt en behandeling geen of onvoldoende effect heeft dan is vaccinatie een goede optie! Het is belangrijk om te vermelden dat uitsluitend vaccineren zonder verdere maatregelen onvoldoende effect geeft. Het vaccin dat gebruikt wordt is genaamd Footvax® en kan gebruikt worden bij dieren ouder dan 3 maanden leeftijd. De basisvaccinatie bestaat uit een tweevoudige enting met een tussentijd van 4 tot 6 weken, waarna een bescherming van 6 maanden te verwachten valt. De herhalings-vaccinatie dient niet later dan 4 maanden na de voorafgaande enting plaats te vinden. Nadeel van het vaccin is dat het locale irritatie kan veroorzaken op de plek van toediening, in sommige gevallen zelfs met abcesvorming. Wanneer de schapen gevaccineerd worden voor het aflammen zullen de lammeren ook antistoffen via de biest meekrijgen.

 

 


Schapen weide