Droes

Droes wordt veroorzaakt door een bacterie: Streptococcus equi subs. Equi. Het is een van de meest voorkomende veroorzaker van luchtweginfecties. Paarden van alle leeftijden kunnen ziek worden, maar jonge paarden en paarden met een verminderde weerstand zijn het meest gevoelig. De verspreiding gaat zowel via direct als via indirect contact. Nadat een dier droes zonder complicaties heeft doorgemaakt, kan het nog 4-6 weken de bacterie uitscheiden en dus andere besmetten. Ook kan een paard of pony die droes heeft doorgemaakt, een drager worden. De bacterie blijft dan achter in de luchtzakken. Zij scheiden de bacterie dan met tussenpozen blijvend uit. Zo’n drager kan worden opgespoord door luchtzakspoelingen uit te voeren. Een opgespoorde drager kan langdurig behandeld worden met antibiotica en indien herhaalde spoelingen “schoon” zijn, dan is het dier geen drager meer.


Meest voorkomende symptomen:

-       Korte periode van koorts

-       Zwelling van de lymfeknopen en abcessen in de lymfeknopen (vooral rondom het hoofd)

-       Verminderde eetlust

-       Geel-groene purulente neusuitvloeiing

-       Benauwdheid en verhoogde ademfrequentie

-       Sloomheid( in het slechte geval zelfs sterfte)


Na het doorbreken van abcessen verdwijnen de symptomen meestal snel.

Diagnosestelling gebeurt op basis van klinische verschijnselen en wordt ondersteunt door laboratoriumonderzoek. Een neusswab, luchtzakspoeling of purulent materiaal uit een doorgebroken lymfeknoop zijn nodig om de diagnose te bevestigen.

De behandeling bestaat voornamelijk uit het geven van NSAID’s (ontstekingsremmers voor paarden), zacht voedsel en evt vloeistof therapie. Antibiotica is zeer discutabel. Alleen in een zeer vroeg stadium is dat geïndiceerd, indien er gezwollen lymfeknopen zijn zeker niet meer.

Het belangrijkste bij de preventie van droes is een goede hygiëne. Huishoudelijke reiniging met bijvoorbeeld Halamid, waarbij het goed droog worden en blijven van de stal erg belangrijk is. Ook bestaat de mogelijkheid van vaccineren. Bij een uitbraak kan vaccinatie (soms dan pas uitgevoerd!) de symptomen sterk verminderen. Vaccineren kan vanaf 4 maanden leeftijd. Een booster moet gegeven worden 4 weken na de eerste vaccinatie en daarna halfjaarlijks herhaald worden