<

Castratie van de kater 

 

De kater is geslachtsrijp op de leeftijd van 6-7 maanden. Wij adviseren daarom om de kater rond deze leeftijd te laten castreren. Mocht de kater eerder in huis gaan plassen en/of sproeien dan is het beter om de kater direct te laten castreren. Anders kan de kat het sproeigedrag aanleren en in 5 % van de gevallen kan de sproeiende kater blijven sproeien ondanks de castratie. 

 

De voordelen van castratie zijn:  

  • minder kans op sproeien of plassen in huis  

  • minder sterke urinegeur  

  • minder drang van de kater om buiten te gaan zwerven en daardoor minder kans op vechten met andere katten  

  • geen kans meer op ongewenste kittens  

 

Een nadeel is dat de kater dikker kan worden. De energie behoefte neemt gemiddeld ongeveer 30% af na castratie terwijl ze gemiddeld méér eetlust hebben. U kunt voorkomen dat hij zwaarder wordt door wat minder eten te geven na castratie of op light voeding over te gaan en de kat af en toe te wegen ter controle.   

 

Hoe gaat een castratie in zijn werk?  

U kunt een afspraak maken wanneer de castratie gaat plaatsvinden. Die ochtend brengt u de kater nuchter (dat wil zeggen vanaf de avond ervoor 18 u geen eten, drinken mag wel) en nemen we hem op.  

Voor de operatie doen we een pre-anesthetisch onderzoek waarbij we in elk geval het hart en de longen beluisteren en voelen of beide testikels in de balzak aanwezig zijn. Als alles in orde is geven we een narcose prikje.Zodra hij slaapt krijgt hij een antibioticum-injectie en een pijnstiller. De ogen worden gezalfd om te voorkomen dat ze uitdrogen. 

De ingreep zelf houdt in dat er 2 sneetjes worden gemaakt om de balletjes te verwijderen. Hechtingen zijn doorgaans niet nodig. Na de castratie kan hij dezelfde dag weer naar huis. Wel kan hij nog een beetje suf zijn na de narcose.